logo belgium EmM

 
     
 

Publicatie : 2017-11-21
Numac : 2017014094

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

 
   10 NOVEMBER 2017. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de wijze van aanduiding van het begin en het einde van een zone op de openbare weg onder toezicht, van de mogelijkheid van uitgangscontrole bij het verlaten van een winkelruimte en van de uitoefening van situationele bevoegdheden, tot uitvoering van de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid  


De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
Gelet op de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, inzonderheid op de artikelen 117, 124, tweede lid, 1° en 145;
Gelet op advies 62.013/2 van de Raad van State, gegeven op 27 september 2017 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het ministerieel besluit van 19 oktober 2006 tot bepaling van de wijze van aanduiding van het begin en het einde van de zone onder toezicht, bedoeld in artikel 11 § 3, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
Besluit :


HOOFDSTUK 1 - Definities


Artikel 1. In toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de wet: de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
2° aanwijzingsbord: de drager waarop de aanduidingen zijn aangebracht, bedoeld in de artikelen 117, 124, tweede lid, 1° en 145 van de wet;
3° aanwijzingsbord `bewaakte zone - begin': het aanwijzingsbord dat overeenkomstig artikel 117 van de wet het begin aanduidt van de zone waar de activiteiten plaatsvinden;
4° aanwijzingsbord `bewaakte zone - einde': het aanwijzingsbord dat overeenkomstig artikel 117 van de wet het einde aanduidt van de zone waar de activiteiten plaatsvinden;
5° aanwijzingsbord `uitgangscontrole': het aanwijzingsbord dat overeenkomstig artikel 124, tweede lid, 1°, van de wet aankondigt dat er uitgangscontrole is bij het verlaten van de winkelruimte;
6° aanwijzingsbord `situationele bevoegdheden': het aanwijzingsbord dat overeenkomstig artikel 145 van de wet de in die bepaling bedoelde situationele bevoegdheden aankondigt.


HOOFDSTUK 2 - Bepalingen
Art. 2. § 1. Het aanwijzingsbord `bewaakte zone - begin' voldoet aan volgende voorschriften:
1° het heeft als minimale afmeting 60 cm X 40 cm;
2° het voldoet aan het model opgenomen in bijlage 1;
3° het bestaat uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte.
§ 2. het aanwijzingsbord `bewaakte zone - einde' voldoet aan volgende voorschriften :
1° het heeft als minimale afmeting 60 cm X 40 cm;
2° het voldoet aan het model opgenomen in bijlage 2;
3° het bestaat uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte.
§ 3. Het aanwijzingsbord `uitgangscontrole' voldoet aan volgende voorschriften :
1° het heeft als minimale afmeting 21 cm X 14,8 cm;
2° het voldoet aan het model opgenomen in bijlage 1;
3° indien het niet op een vaste ondergrond wordt aangebracht, bestaat het uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte en in de andere gevallen bestaat het uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte of uit een geplastificeerde sticker.
§ 4. Het aanwijzingsbord `situationele bevoegdheden' voldoet aan volgende voorschriften :
1° het heeft als minimale afmeting 29,7 cm X 21 cm;
2° het voldoet aan het model opgenomen in bijlage 1;
3° indien het niet op een vaste ondergrond wordt aangebracht, bestaat het uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte en in de andere gevallen bestaat het uit één enkele plaat van minstens 1,5 mm dikte of uit een geplastificeerde sticker.
§ 5. De platen bedoeld in de §§ 1 tot en met 4 zijn gemaakt in een duurzaam materiaal dat bestand is tegen weersomstandigheden en slijtage.
Art. 3. Op de aanwijzingsborden worden daarenboven op zichtbare en leesbare wijze de volgende vermeldingen aangebracht :
1° op het aanwijzingsbord `bewaakte zone - begin': `begin bewaakte zone";
2° op het aanwijzingsbord `bewaakte zone - einde': `einde bewaakte zone';
3° op het aanwijzingsbord `uitgangscontrole': "uitgangscontrole mogelijk';
4° op het aanwijzingsbord `situationele bevoegdheden': "situationele bevoegdheden - verhoogd toezicht';
5° op elke aanwijzingsbord : `Wet van 02/10/2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid - www.besafe.be'.
De vermeldingen bedoeld in het eerste lid kunnen ook op een aanhangende drager worden aangebracht.
Als deze vermeldingen in verschillende talen opgesteld worden, kunnen ze op verschillende eentalige aanwijzingsborden of aanliggende dragers worden aangebracht.
Art. 4. De aanwijzingsborden bevatten geen enkel opschrift, teken of kenteken, andere dan deze voorzien in dit besluit.
Art. 5. De bewakingsonderneming, de interne bewakingsdienst of de veiligheidsdienst belast met de bewakingsopdracht, is er verantwoordelijk voor dat de aanwijzingsborden uiterlijk bij de aanvang van de bewakingsopdracht op een voor het publiek duidelijk zichtbare en leesbare wijze zijn aangebracht op de plaatsen, bedoeld in de wet, en dat ze onmiddellijk na afloop van de bewakingsopdracht worden verwijderd.


HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 6. Het ministerieel besluit van 19 oktober 2006 tot bepaling van de wijze van aanduiding van het begin en het einde van de zone onder toezicht, bedoeld in artikel 11, § 3 van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, wordt opgeheven.
Art. 7. De aanwijzingsborden die voldoen aan de voorwaarden bepaald bij het voornoemd ministerieel besluit van 19 oktober 2006 kunnen tot 1 januari 2019 gebruikt worden ter vervanging van de aanwijzingsborden bedoeld in artikel 1, 3° en 4°.

Brussel, 10 november 2017.


J. JAMBON